Gedragscode

De Nederlandse Profetische Raad hanteert de code zoals we deze hieronder vermelden. Deze is hier te downloaden als Word bestand: Bijbelse principes rondom de ethiek en het protocol van de nieuwtestamentische profetische bediening. Het is de beste code die er tot op heden te vinden is. Reageer als er een verbeteringen mogelijk zijn of als er een andere code is die beter is.

De code luidt als volgt:

Bijbelse principes rondom de ethiek en het protocol van de nieuwtestamentische profetische bediening

Van: John Paul Jackson en Marc Dupont

Redactieteam: John Paul Jackson, Marc Dupont, Loren Sanford, Jim Goll en Bobby Connor

Inleiding

Binnen de hedendaagse Gemeente kan de term ‘profetische bediening’ veel verschillende betekenissen hebben. Om die reden hebben wij geprobeerd een kort uitleg te geven van de Bijbelse waarden, normen en praktijken rondom de nieuwtestamentische profetische bediening voor mensen die incidenteel in de profetische bediening functioneren en voor profeten. Zij zijn bedoeld voor mensen die in meerdere gemeenten, organisaties en landen in de profetische bediening functioneren. Ook kunnen zij worden gebruikt voor mensen die voornamelijk en uitsluitend in hun eigen gemeente profeteren.

Sommige mensen die het etiket ‘profeet’ dragen kunnen beter worden beschreven als ‘profetische bedienaars’. Hoewel zij de Gemeente in de breedste zin van het woord bedienen functioneren zij maar incidenteel in de gave van profetie. Anderen hebben de roeping om consequent in de bediening van profeet te functioneren.

Een ervaren profeet zal niet alleen opereren in de gave van profetie. Hij/zij zal ook in verschillende perioden verschillende (gebedslasten en) boodschappen van de Here met zich meedragen. Deze zijn vaak bedoeld voor de gehele Gemeente van Christus en soms voor verschillende landen. Zijn/haar nadruk is veel meer ‘het woord van de Here’ in tegenstelling tot losse ‘woorden van de Here.’ Soms kunnen zij ook een profetische vermaning of een waarschuwing aan de Gemeente geven. Vermanende en waarschuwende woorden moeten altijd gepaard gaan met genade. Ook moeten ze worden gebracht vanuit het perspectief van het Vaderhart van God.

Het is niet onze bedoeling met deze waarden mensen te controleren of bekende situaties achteraf recht te zetten. In tegendeel, proberen wij de Bijbelse maatstaven onder woorden te brengen die op langere termijn tot een vruchtbare bediening zullen leiden voor zowel de bedienaars als voor de mensen die zij bedienen.

In Openbaring 19:10 staat ‘Het getuigenis van Jezus is namelijk de geest van de profetie.’ Daarom geloven wij dat het grootste doel van elke Bijbelgetrouwe nieuwtestamentische profetische bediening is het bekendmaken van de Persoon en de wegen van Christus Jezus. Hoewel de profetische bediening vaak gepaard gaat met woorden van openbaring, tekenen, wonderen en genezingen zal een ware profeet altijd Jezus verhogen. Hij/zij zal altijd de Gever van de gave(n) meer verhogen dan de gave(n) zelf. Wij geloven dat het de wil van God is dat elke discipel gelijkvormig wordt aan de Here Jezus. Ook geloven wij dat God degenen die Zijn wil, Zijn stem en Zijn wegen vertegenwoordigen oproept om levende getuigen van integriteit te zijn binnen de context van gezonde relaties waar er sprake is van het afleggen van verantwoordelijkheid.

Ons doel is mensen te dienen vanuit een puur hart dat geworteld is in de liefde van Christus. Wij presenteren deze principes niet uit een zelf toegeëigende positie van autoriteit, of vanuit een elitaire houding. Onze motief hierachter is tweeledig: 1. Om de huidige profetische bedienaars en bedieningen op te roepen tot een in Christus gewortelde eenheid, en 2. Dat wij getuigen voor Jezus zullen zijn in elk facet van de bediening voor degenen die het Lichaam van Christus profetisch bedienen.

Principes en protocol

Bijbelse principes omtrent ethiek en protocol rondom de nieuwtestamentische profetische bediening

  1. I.        De theologie en het beoefenen van de profetische bediening
  2. De Bijbel is de volmaakte openbaring van Jezus en het onfeilbare woord van God. Hij is de onbetwiste maatstaf voor het beoordelen van elke openbaring (2 Timotëus 3:16, Kolossenzen 2:18-19, Johannes 1:14). A. Hoewel ik geestelijke ervaringen van de Heilige Geest waardeer acht ik deze subjectieve ervaringen en onderscheiding niet hoger dan de Bijbel (Openbaring 19:10, Kolossenzen 2:18-19). B. Ik zal niet toestaan dat mijn emoties of mijn trots voorkomen dat ik de Bijbel gebruik als mijn maatstaf voor het beoordelen en het toetsen van de openbaring en de interpretatie die ik hieraan verbind. C. Ik zal altijd een Bijbelgetrouwe boodschap spreken. D. Ik zal allen die mij horen proberen dichter bij God de Vader te brengen door Jezus en de naam van Jezus bekend te maken op een Bijbelse manier.
  3. God beschouwt Zijn woord als de uitdrukking van Zijn naam en van Zijn aard (Psalmen 138:2). De waarheid is dus noodzakelijk in profetie. A. Ik zal altijd proberen niet alleen de waarheid te spreken, maar ook profetische woorden uit te spreken op een wijze die het liefdevolle hart van God weerspiegelt.  B. Ik kies ervoor om profetische woorden van correctie en vermaning uit te spreken op een wijze die de mensen die het woord ontvangen niet veroordeelt. C. Ik neem mij voor om altijd hoop op verandering te communiceren door de transformerende kracht van Jezus. D. ik wijd mij toe aan het weerspiegelen van de aard van God door meer van mensen te houden dan van mijn gave(n).  E. Profetie is een woord van God. Ik zal proberen het uit te spreken in nederigheid en vertrouwen. F. Ik vrees God maar ik zal geen mensen vrezen. Wanneer God mij leidt om openbaring uit te spreken zal ik niet terugdeinzen door vrees voor mensen of door vrees voor het beledigen van degenen waarmee ik in relatie wandel, of door vrees voor het verliezen van populariteit of mogelijkheden om in de bediening te staan (Galaten 1:10, Spreuken 29:5). G. ik wijd mij meer toe aan Gods roeping voor mijn leven om Zijn wil en Zijn wegen te proclameren dan aan het ‘succes’ van mijn bediening in de ogen van mensen en van de Gemeente.
  4. Ik geloof dat profetische accuratesse van essentieel belang is. Ook geloof ik dat de methode en de manier van het doorgeven van een profetie belangrijk zijn. A. ik begrijp dat het uitspreken van woorden namens God een belangrijke verantwoordelijkheid is. Ik zal het toegeven wanneer ik het fout heb en stappen zetten om dit te erkennen, om mij hiervan te bekeren en op een passende wijze de schade die mijn fout heeft veroorzaakt te herstellen. C. De bekering en het herstel moeten overeenkomen met de grootte van mijn invloedsfeer en met het bereik van het profetische woord (Psalmen 138:2).
  5. Als ik een foute profetie doorgeef zal ik mij hiervan volledig bekeren. Dit houdt in dat: A. Ik mij hiervoor verontschuldig. Als ik de profetie onder vier ogen doorgaf dan zal ik mij voor de persoon hiervan bekeren. Als de profetie aan een gemeente, of aan een groep mensen werd doorgegeven, dan moet de verontschuldiging aan de gemeente of aan de groep worden gegeven. B. Bijbelse bekering betekent niet alleen dat ik ‘sorry’ zeg tegen God, maar ook dat ik ‘sorry’ zeg tegen de partijen die ik gekwetst heb. Het belangrijkste is dat ik laat zien dat ik oprecht spijt heb voor de schade of de kwetsing die mijn woord heeft veroorzaakt en dat ik alles zal doen om dit te proberen herstellen. C. Met behulp van wijze raad zal ik proberen te ontdekken of er iets in mijn hart aanwezig was die deze fout heeft veroorzaakt. Als dat zo is zal ik hiermee afrekenen door dit te belijden en door mij hiervan te bekeren door de noodzakelijke stappen te zetten. D. Ik wijd mij toe om volwassen, betrouwbare en liefdevolle mensen te vinden aan wie ik verantwoording kan afleggen. Deze mensen moeten in staat zijn om mij te ondersteunen en te helpen in integriteit te wandelen. Ik zal mijzelf niet uit dit proces verwijderen, ook als het pijnlijk voor mij is of als het lijkt alsof degene(n) aan wie ik verantwoording afleg niet eerlijk met mij omgaan. E. Ik geloof dat al mijn daden gevolgen hebben. Als mijn fout zeer ernstig is, of zich herhaalt, zal ik bereid zijn om uit de bediening te stappen totdat degenen die opzieners over mij zijn en aan wie ik verantwoordelijkheid afleg acht(en) dat ik klaar ben om mijn bediening te hervatten.
  6. Bovennatuurlijke manifestaties: Ik zal niet het zoeken naar God, naar Zijn tegenwoordigheid en naar de waarheden die in de Bijbel staan vervangen door het zoeken naar engelen, naar engelenactiviteit of naar andere bovennatuurlijke manifestaties. De Heilige Geest is de bron van alle waarheid (2 Korintiërs 11:14, Kolossenzen 2:18-19). A. Ik geloof dat het karakter van God in mij belangrijker is voor het Koninkrijk dan mijn gave. B. Ik zal niet ten prooi vallen aan afgoderij door het zelf oproepen van, initiëren van of overdrijven van bovennatuurlijke manifestaties ongeacht de verwachtingen van de gemeentecultuur waarin ik spreek. C. Ik zal toestaan dat de Heilige Geest, Zijn bovennatuurlijke manifestaties en bediening door mij initieert hoe en wanneer Hij dat wil. D. Als God ervoor kiest om tot mij te spreken door engelen, of dat Hij bepaalde manifestaties veroorzaakt, of bepaalde soorten openbaringen geeft, zal ik doorgeven wat ik zie en wat ik hoor alleen als God mij daartoe leidt. Ik zal dit doen zonder dat ik mij verhoog of dat mijn ervaring of mijn openbaring iets van de aandacht die God toebehoort wegneemt van God Zelf.
  7. Wij moeten een profetisch woord begrijpen voordat wij het kunnen opvolgen. Ik wijd mij dus toe aan het bereid zijn om de profetische woorden die ik ontvang, en de interpretatie daarvan, te bespreken met leiders binnen het Lichaam van Christus. Ik doe dit omdat profetische gaven gegeven zijn om mensen te dienen en niet om degene die profeteert te promoten.
  8. Woorden van God horen het Lichaam van Christus te bemoedigen, te trainen en toe te rusten zodat het gelijkvormig aan Christus wordt (Efeziërs 4:11-16). Ik zal altijd proberen aan het Lichaam van Christus de persoon van Christus duidelijker te laten zien en hongeriger te laten worden naar Hem en naar Zijn wegen (Kolossenzen 1:8-10, Efeziërs 1:17-18).
  9. De bedieningen uit Efeziërs 4 zijn bedoeld om het Lichaam van Christus te helpen groeien en volwassen te worden in plaats van een groep toekijkers voor onze gave te ronselen. Wij achten dus het priesterschap van elke gelovige zeer hoog (1 Petrus 2:5, Romeinen 8:14, Jesaja 61:6). A. Ik wijd mij toe aan het Bijbelgetrouw prediken van het Woord. Ik zal geen scheiding brengen in het Lichaam van Christus door on-Bijbelse doctrines te prediken; bedoeld om spektakel in het Lichaam te brengen en volgelingen aan te trekken (2 Timoteüs 4:3-4). B. Ik zal niet de gave(n) die God aan mij gegeven heeft op een roekeloze wijze gebruiken zodat anderen struikelen en een vals beeld krijgen van de wegen van God (Jeremia 23:32). C. Ik wij mij toe aan het helpen van Christelijke leiders en trainers om het verschil te zien tussen de werking van de door-God-gegeven geestelijke gaven en de werking van menselijke of paranormale vermogens (Daniël 2:27-28, 4:8-9). D. Ik wijd mij toe aan het trainen van het Lichaam van Christus om te onderscheiden tussen werkelijke, Heilige Geest geleide openbaring en menselijke intuïtie, New Age pseudospiritualiteit of paranormale vermogens (1 Johannes 4:1). E. Ik zal proberen openbaringen en de interpretatie daarvan op een wijze door te geven aan de mensen waarvoor de openbaringen bedoeld zijn om ze op te bouwen, te bemoedigen en te troosten (1 Korintiërs 14:3). F. Ik zal niet iets profeteren dat anderen zou kunnen controleren of manipuleren. G. Wanneer ik profeteer zal ik altijd de ontvangers van het woord aanmoedigen het woord te toetsen en het niet alleen maar klakkeloos aan te nemen (1 Korintiërs 14:29).
  10. Ik wijd mij toe aan het trainen van het Lichaam van Christus om te onderscheiden tussen ware ontmoetingen met God en andere pseudospirituele ervaringen. Ik wijd mij ook toe aan het helpen van het Lichaam de verschillende niveaus van openbaring te begrijpen en hun relatieve niveaus van belangrijkheid.
  11. Ik weiger de openbaringsgave(n) die God aan mij heeft gegeven te vervuilen door geld te vragen voor een profetisch woord (Micah 3:11). A. Ik zal niet een profetisch woord, of mijn profetische bediening, gebruiken om mensen te manipuleren om financiën aan mij te geven of aan de bediening waar ik leiding aan geef (2 Petrus 2:15). B. ik zal mensen niet het idee geven dat een profetisch woord geïnitieerd of beïnvloed kan worden door het geven van een gift. Het aannemen van sprekersgeld, hotel kosten en reiskosten i.v.m. de bediening is aanvaardbaar. Dit is gelijk aan een voorganger die een salaris ontvangt.
    1. II.      Mijn leven in het profetische representeert Jezus
    2. Ik wijd mij toe aan het voorleven, het modelleren en het verhogen van het karakter van Christus. Ik geloof dat het belangrijker is het karakter van Christus te tonen dan in mijn bediening te opereren (2 Korintiërs 7:1). A. Ik kies ervoor om consequent te zijn in het promoten en in het voorleven van de wegen van Christus meer dan het alleen maar doorgeven van openbaring. B. Als het gaat over het representeren van Jezus geloof ik dat ik niet alleen een boodschap heb, maar dat ik de boodschap ben.
    3. Ik geloof dat de wijsheid van boven redelijk en vredevol is. Ik zal het hebben van nederigheid hoog achten en ik zal ver blijven van arrogantie (Jakobus 3:17).
    4. Ik wijd mij toe om een groep om mij heen te hebben aan wie ik verantwoording afleg voor mijn manier van leven, voor mijn huwelijk en voor mijn bediening. A. Ik wijd mij toe om een leven te leiden vrij van de misbruik van drugs, alcohol, de liefde voor geld, buitenechtelijke relaties, pornografie, trots, onvergevingsgezindheid, of bitterheid. B. Ik wijd mij toe aan het voorleven van Gods liefde en verbond in mijn huwelijk (emotioneel, geestelijk en lichamelijk) voor zo ver het aan mij ligt. C. Ik zal mijn hart behouden en een verbond met mijn ogen sluiten om niet naar een ander te kijken met lust.
    5. Ik wijd mij toe aan het vrij zijn van de liefde voor geld en van de liefde voor het ‘succesvol’ willen lijken in de ogen van mensen. Ik zal gebouwen en plaatsen uitkiezen om mijn bediening te hosten op grond van de leiding van de Heilige Geest in tegenstelling tot op grond van de hoeveelheid mensen die er verwacht wordt of hoeveel geld ik ervoor zal krijgen.
    6. Ik wijd mij toe aan gebed en aanbidding. Ik wijd mij toe een student(e) van de Bijbel en van de wegen van God te zijn.
    7. Ik wijd mij toe aan het eren van de Here door Zijn leiders in de Gemeente te eren en te versterken. A. Ik zal de plaatselijke voorgangers eren en bemoedigen als de herders en de poortwachters die God heeft aangesteld over hun plaatselijke gemeenschappen. B. Ik zal de autoriteit van de leiderschap van de gemeentes waar ik bedien niet ondermijnen.
    8. Ik wijd mij toe aan het mijzelf beschouwen als een dienaar van zowel de plaatselijke als de gehele Gemeente  wanneer God mij toestaat om deze te bedienen. A. Ik zal andere gemeenschappen niet slechts zien als gereedschappen of platforms om mijn bediening en roeping te faciliteren. B. Ik zal noch het volk, noch het leiderschap van andere leiders ontvreemden om mijn eigen bediening te bouwen.
    9. Ik wijd mij toe aan financiële, ethische en morele zuiverheid. Ik zal het Lichaam van Christus niet gebruiken om mijn bediening of mijn eigen koninkrijk te bouwen. Ik zal proberen Jezus voorbeeld van dienstbaarheid na te volgen en alleen maar doen wat ik de Vader zie doen.
      1. III.    De natuur van de profetische bediening

• Bijbelgetrouw – getuigt, legt uit, proclameert en vestigt de waarheid van de Schrift.

• Redding – proclameert, onderwijst en demonstreert het evangelie van het Koninkrijk van God met wonderen en tekenen. (Marcus 16:20)

• Jezus – sticht, troost, bemoedigt en spoort gelovigen en gemeenten aan in de wegen van Jezus en beschouwt Hem als de weg.

• God – demonstreert door woorden en daden het karakter van de Vader: liefde, gerechtigheid, rechtvaardigheid, barmhartigheid, genade, majesteit en heiligheid.

• Soevereiniteit – geeft glorie aan God alleen. Zijn naam, Zijn daden en Zijn glorie zijn onafscheidelijk. Hij beoefent Zijn wil door Zijn alwetendheid, Zijn almacht, Zijn alomtegenwoordigheid en Zijn onveranderlijkheid op de wijze waarvoor Hij kiest.